Een royaal gebaar
“Wat heb jij met vluchtelingen?’
Nooit eerder had ik gedacht dat je tekst en uitleg moet geven als
je opkomt voor een beetje menselijkheid.
Is het dan niet normaal je om je medemens te bekommeren? Moet er
een speciale reden zijn? Ben je abnormaal als je zonder enig eigenbelang
opstaat voor een ander?
Oog in oog met een asielzoeker die uitgeprocedeerd was, dacht ik
verontwaardigd:Dit kan toch niet?
Dat was mijn uitleg. Dat ik mezelf niet meer in de spiegel zou
kunnen aankijken als ik de asielzoekers die in mijn ogen hier horen,
toch worden uitgezet.
“Waarom een brief aan de koningin? Ben jij voor het koningshuis?”
was de andere vraag.
Ben ik voor het koningshuis? Toen ik nog studeerde, in de tijd dat
Juliana koningin was, was ik niet echt koningsgezind. Of dat kwam
door mijn leeftijd en dat ik me tegen mijn koningsgezinde familie
afzette, weet ik niet, maar ik vond dat we het geld dat naar Het
Koninklijk Huis ging, konden gebruiken voor de opbouw van landen
na oorlog en investeren in beter onderwijs aan allochtonen in Nederland.
Ik vond het onrechtvaardig dat de koningin 180 hoeden van 500 gulden
per stuk in haar kast had liggen terwijl een ongehuwde moeder niet
wist hoe ze nieuwe schoenen moest kopen voor haar kleuter die uit
zijn oude gegroeid was.
Sinds Beatrix regeert, of misschien wel sinds Claus tot de familie
toe trad, ontwikkelde ik langzaam maar zeker sympathie voor het
idee van een koninkrijk. Claus deed herhaaldelijk uitspraken op
het gebied van mensenrechten. Op 15 mei 1991 op de Wereldconferentie
Internationale Ontwikkelingen zei hij:
"Er kan geen sprake zijn van een menselijke toekomst die 't
waard is geleefd te worden als die niet berust op werkelijke internationale
solidariteit."
De invloed van Claus op Beatrix was zichtbaar. Bovendien, in tijden
dat beleidsmakers er soep van maken, kan de koningin het zaakje
nog een beetje bij elkaar houden door een jongerencentrum in een
oude stadswijk te bezoeken, een bejaardentehuis binnen te gaan,
door te wandelen in een verpauperde wijk, en door medeleven te tonen
met slachtoffers na een nationale ramp. Ikzelf zou nadat ik een
treinongeluk had mee gemaakt op de plaats van het onheil liever
een troostend schouderklopje krijgen van Beatrix dan van onze huidige
minister president. Ik heb zelf een paar keer in die blauwe ogen
van Beatrix mogen kijken en weet uit ervaring: haar koninklijke
blik doet wonderen!
Of het nu haar mooie ogen zijn, haar fenomenale haardracht, haar
buitenissige hoeden of gewoon dat wat je charisma noemt, ik ben
ervan overtuigd dat onze koningin als symbool in elk geval al het
leed dat een minister weet aan te richten nog een beetje kan vergoelijken
door op het juiste moment op de juiste plek handen te schudden en
elegant te zwaaien.
En als ik erover nadenk...met vluchtelingen heb ik inderdaad wel
iets. De verhalen van mijn ouders over hun oorlogsjaren in Indië
en hun problemen tijdens de Indonesische revolutie evenals hun aanpassingsproblemen
aan Nederland hebben mij waarschijnlijk doordrongen van het belang
van compassie met mensen die op de vlucht zijn. Zij waren een aantal
malen vluchteling. Zij weten wat een geluk het is als er ergens
een plek is waar mensen zeggen:”Blijf maar hier, maak je geen
zorgen, maak het jezelf gemakkelijk, doe of je thuis bent.”
Maar toch waren dat de redenen niet om mij te richten tot de koningin
om te vragen of de asielzoekers die al langer dan vier jaar in Nederland
wonen, in ons land mogen blijven. De reden was dat ik op een dag
kennis maakte met -ik noem haar - Maria een Christelijk elfjarig
meisje uit Angola, dochter van Kilia die door een groep politieagenten
is verkracht. Zij en haar moeder zijn al tien jaar in Nederland.
Het meisje begrijpt wel een beetje Portugees, maar spreekt het niet.
Haar broertje van acht is hier geboren en nooit in het buitenland
geweest. Ze moeten terug, want de verkrachting is volgens de minister
niet politiek.
Op zoek naar haar echtgenoot, trof de Angolese politie Kilia en
haar tante thuis aan. Haar tante werd in de kamer ernaast doodgeschoten.
Kilia kwam in het ziekenhuis bij uit een coma, zwaar gewond. De
politie, op zoek naar haar man, die pamfletten had uitgedeeld, had
toen ze hem niet thuis troffen, zoals vaak gebeurt in die landen,
wraak op de twee vrouwen genomen. Maar nee, die verkrachting was
niet politiek volgens de minister. Volgens de rechter is er geen
enkele reden om ze niet terug te sturen naar Angola. Dat Kilia bang
is om terug te gaan omdat ze er geen familie meer heeft en de traumatische
ervaring nooit te boven is gekomen, is geen rechtsgeldig argument.
Dat Maria en haar broertje Angola niet kennen en de taal niet spreken
doet niet ter zake.
Toen ik Maria vroeg was ze later wilde worden zei ze:”Advocaat.”
“Wat voor advocaat?” vroeg ik.
“Mensenrechten,” zei ze.
“Hoe vind je het dat je terug naar Angola moet?”
“Daar denk ik liever niet aan,” antwoordde ze, “want
dan kan ik niet slapen.”
Interviewers vroegen me:”Ben je nu niet bang dat je met je
verzoek om een royaal gebaar die asielzoekers weer hoop geeft?’
Alsof hoop geven een misdaad is, en het lovenswaardig is om met
rechte rug, een meisje van elf dat in Angola niets te zoeken heeft,
met haar moeder die daar niemand meer kent en nog steeds nachtmerries
heeft over wat haar overkomen is, ons land uit te zetten.
Nadat er in een paar dagen tijd tienduizend mensen de brief aan
de koningin ondertekend hadden, gebruikten beleidsmakers hun macht
door in de grootste kranten te verkondigen: ”De koningin mag
geen royaal gebaar maken, dat mogen alleen politici, en die willen
het lekker niet.” De heftigheid waarmee ze de visualisering
van humaniteit onder de bevolking in de kiem wilden smoren, leek
nog niet effectief, want het aantal handtekeningen bleef groeien.
Toch... Op de Albert Cuyp in Amsterdam hielden twee marktkooplieden
mij staande: ”Goed hoor, die actie van je, ik wilde ook gaan
tekenen, maar nu is het te laat. Er komt geen generaal pardon. De
minister president wil het niet.”
Ik zou geen dochter van mijn vader zijn als ik me zo snel liet ontmoedigen.
Hem hielp ik als tienjarige met het schrijven van brieven. Hij had
mij nodig om de taalfouten eruit te halen. Mijn moeder leerde ons
dat de beste manier om in Nederland goed terecht te komen een goede
taalbeheersing was. Mijn vader kwam uit een milieu in het koloniale
Indië waar men het met de spelling en grammatica van de Nederlandse
taal nooit zo nauw nam, dus altijd als er iets op papier moest komen
werd ik erbij geroepen. Zijn grammatica en spelling waren dan misschien
niet perfect, maar hij had een prachtig handschrift. Ik keek toe
hoe hij met zijn kroontjespen de sierlijke krulletters op de envelop
schreef.
Eerst schreef hij naar de minister, daarna naar de minister president,
en op het laatst richtte hij zich tot de koningin met het verzoek
om mijn oom in Nederland toe te laten.
Mijn vaders oudste broer had namelijk spijt dat hij na de onafhankelijkheid
van Indonesië niet net als de rest van de familie naar Nederland
was gegaan. Nederlandse officieren haalden na de onafhankelijkheid
van Indonesië, in opdracht van de Nederlandse regering, mengbloedjes
over om Indonesiër te worden. Mijn ouders gaven hun Nederlanderschap
echter niet op en gingen met de boot naar Nederland. Mijn oom wilde
graag in zijn geboorteland blijven. Hij tekende voor het Indonesische
leger en werd door zijn kolonel als ex-militair uit het Nederlands
Indische leger, telkens naar de gevaarlijkste gebieden gestuurd.
Zo rekenden ze af met zijn koloniale verleden. Nadat hij op Ambonezen
moest schieten met wie hij vroeger voor de Nederlandse vlag had
gestreden, deserteerde hij, en wachtte in Singapore op een royaal
gebaar van onze koningin.
Dat kwam. Mijn oom is inmiddels gestorven. Zijn kinderen hebben
kleinkinderen en zijn Nederlandse burgers die hun steentje bijdragen
aan de Nederlandse cultuur en samenleving.
Na de ontmoeting met de elfjarige asielzoekster Maria, die als baby
op de arm van haar moeder Angola verlaten had, stuurde ik naar al
mijn vrienden en kennissen een e-mail met de vraag of ze mij wilden
steunen in mijn verzoek aan de koningin. Nu alleen nog wachten op
een royaal gebaar.
Op een postzegel uitgegeven op 31 januari 1966 ( ! )
stond het volgende :
"Nederland
Brengt hen naar veilige haven
(handtek.v. Kon.Juliana)
40c Vluchtelingenvervoer +20c
Laat ik duidelijk zijn: de koningin staat symbool voor de Nederlandse
bevolking. Eigenlijk is mijn vraag gericht aan U, Nederlanders.
Of je nu in een groot landhuis woont met veertig hectare grond of
zeshoog in Rotterdam zonder balkon met te weinig kamers voor je
gezin, niemand is vrij van zorgen. Het zit in de natuur van de mens
om te denken dat ons eigen verdriet het ergste is. Als onszelf iets
gebeurt, kunnen we er niets aan doen. Alles wat een ander meemaakt
is zijn eigen schuld, dan had ie maar niet zus of dan had ie maar
niet zo...
Als je iets leest in de krant kun je je hoofd schudden en denken:
Oh, ja...wat erg. Oh...wat zielig....en weer verder gaan met de
orde van de dag. Je kunt jezelf wijsmaken dat het allemaal zo’n
vaart niet zal lopen. En je hebt zelf al genoeg aan je hoofd. Wat
zal je je druk maken om de pech van een ander?
Altijd als we over het ongeluk van een ander horen prijzen we onszelf
gelukkig dat het onszelf tenminste niet is overkomen.
Maar wat doe je als het jou toch op en dag overkomt?
Dan ben je blij als er onder al die mensen die zelf al genoeg muizenissen
hebben toch stemmen opgaan die duidelijk maken:Dit pik ik niet.
Dit kan niet. Ik ben het hier niet mee eens. Mensen die opkomen
voor jouw probleem omdat jij niet bij machte bent dat zelf te doen.
Opkomen voor het leed van een ander, je stem laten horen als er
sprake is van onmenselijkheid, onrechtvaardigheid, dat is broodnodige
solidariteit. Zelfs dieren kennen een vorm van solidariteit. De
volwassen olifanten groeperen zich gezamenlijk rond de jonge grazende
en spelende olifantjes als er aanval dreigt. Het zit in hun natuur
om ook de jonge olifanten van andere ouders te beschermen. Maar
wij laten toe dat de minister kinderen uitwijst die hier al langer
dan vier jaar wonen, die zich hier thuis voelen, hier vrienden hebben,
hier op school zitten en bang zijn om naar het land te gaan waar
hun ouders uit zijn weggevlucht.
Wees solidair met je medemens. Het spreekwoord “Spreken is
zilver, zwijgen is goud’ is fout als het gaat om medemenselijkheid.
Zwijgen is laf en spreken is heldenmoed. Prins Claus noemde tijdens
zijn leven de Duitse term Zivilcourage. Dat betekent: de moed van
de burger. In oorlogstijden is die moed duidelijk, dat zijn de verzetslieden
die niet laf doen wat de onderdrukker ze opdraagt. Maar in tijden
van vrede is burgermoed ook belangrijk. De wereld is van iedereen
en we moeten samen zorgen dat deze wereld leefbaar is voor iedereen.
Onze verantwoordelijkheid stopt niet bij de (land)grenzen en onze
verantwoordelijkheid stopt niet bij onze eigen nationaliteit en
onze eigen religie.
Medemenselijkheid is dat wat ons tot mens maakt. Het is mogelijk
om op vreedzame wijze je solidariteit en je medemenselijkheid te
tonen. Ik kan veel zaken noemen waarbij solidariteit in 2005 gewenst
is, maar vandaag doe ik een pleidooi voor Een royaal gebaar, het
generaal pardon dat wij vragen voor de duizenden asielzoekers die
al langer dan vier jaar in Nederland zijn. Het verzoek om een verblijfsvergunning
voor deze mensen.
Het kan me niet schelen of dat gebaar rechtstreeks door Beatrix,
door een of andere minister, door de minister-president, door de
kamerleden, of dankzij een referendum wordt gemaakt, als we maar
niet hoeven te wachten totdat Nederland een republiek geworden is,
want dan is het te laat voor die asielzoekers!
Ik roep u op om, als u nog niet getekend heeft, hiervoor te tekenen.
U kunt de actie steunen door het boek Een Royaal gebaar te bestellen
waarbij een gratis cd komt. Er staan prachtige songs op van bekende
Nederlandse muzikanten (o.a. Ernst Jansz, Typhoon, George Kooymans,
Freek de Jonge, The Lau, Huub van der Lubbe) en van asielzoekers.
Mijn gedicht Vrijheid, dat door o.a. Hind, Katja Schuurman, Jan
Mulder, The Lau en vele anderen is ingesproken staat ook op de cd.
Geef dit boek cadeau aan vrienden, kennissen en buren opdat zij
weten wat er op dit moment in Nederland gebeurt.
Marion Bloem
Ga voor de bestelbon naar Royaal
Gebaar
terug naar het nieuws
|