Voorgeschiedenis
(hoofdstuk 4)
Nogmaals wil ik duidelijk stellen: dit boek gaat
niet over mij, Leda Hermes, hoofdredacteur van Uitgeverij De Nieuwe
Pers, en de inhoud komt evenmin uit het LL-archief. Mijn boek is
gebaseerd op wat daar in die werkkamer van Venus van Oosten, in
haar computer, op cd-roms en schijfjes, geprint en gesorteerd in
mapjes of verfrommeld in prullenbakken, rondslingerend tussen oude
manuscripten in schoenendozen en kisten en in overvolle lades van
haar bureau, door mij is aangetroffen. Met wat er lag heb ik een
roman weten samen te stellen die de onvindbare Venus van Oosten
redt van een hoge boete wegens contractbreuk. Haar naam staat op
het omslag vermeld. Ook op de titelpagina treft de lezer mijn naam
niet aan. Om puur commerciële redenen heb ik ervoor gekozen
het boek als een titel van Van Oosten te presenteren. De royalty’s
komen echter bijna geheel op mijn bankrekening. Haar echtgenoot,
die met zijn handen in het haar zat, ging ermee akkoord dat de uitgever
alle rechten voor een eventuele roman voortkomend uit dit los zand,
afkocht. Als De Nieuwe Pers op haar strepen was gaan staan had hij
namelijk geen afkoopsom gekregen, maar had hij het riante voorschot
dat Van Oosten twee jaar geleden al begon op te peuzelen en dat
nu schoon op is, moeten terugbetalen.
De teneergeslagen echtgenoot, die heel wat meer
had om zich zorgen over te maken, had aanvankelijk zijn schoondochter
gevraagd tussen de spullen van Venus op zoek te gaan naar een manuscript
dat door kon gaan voor haar nieuwe roman die al zowel in de najaars-
als voorjaarsaanbieding door De Nieuwe Pers was aangekondigd. Het
meisje, iemand van ruim boven de twintig of tegen de dertig, dat
is niet te zeggen want ze heeft de geraffineerdheid van een femme
fatale en de blik van een onschuldige kleuter, zit in de redactie
van een of ander populair praatprogramma en heeft haar eigen column
in een glossy maandblad. Op basis daarvan hoopte hij dat ze in staat
was een roman te kneden van het grote aanbod in de bevroren computer.
De zoon van Venus, volgens mijn vriendinnen een zogenaamd lekker
ding, schroefde het zwijgende monster los om het aan de praat te
krijgen. Na een weekend prutsen zei hij tegen zijn vader dat het
rijp voor de schroothoop was en ze echt niet meer hoefde te denken
dat daar maar een brom of een zuchtje, laat staan een literaire
prestatie uit te melken was.
De schoondochter haalde er een computerdeskundige bij. Deze verving,
zoals hij zei, het moederbord van de computer en daarna werkte deze
weer. Hij haalde wat oude manuscripten en veertig niet eerder gepubliceerde
teksten op, die niet op haar laptop stonden.
De schoondochter heeft bijna al het materiaal
gelezen, zegt ze, maar zag niets wat de omvang had van een boek.
Er waren te veel losse teksten die nauwelijks samenhang met elkaar
vertoonden. Zij was de klus na een dag of vijf geheel beu. Vanwege
schuldgevoel rekte ze haar inspanningen tot een week. Toen legde
ze het bijltje erbij neer en haalde haar schoonvader over om de
uitgeverij erbij te betrekken. De zoon was fel tegen, en deze belde
mij vlak nadat we het werk met computer en al van zijn vader hadden
opgekocht. Uit dit gesprek bleek tevens dat zoon en schoondochter
al een tijd uit elkaar waren maar ze dit voor zijn zieke vader hadden
weten te verbergen. In het gesprek met mij kwam de woede over zijn
ex er onverbloemd uit. Het was een onrechtmatige overeenkomst, beweerde
hij, en hij eiste alle teksten op of hij zou ons en zijn ex aanklagen
wegens diefstal, want zijn ernstig zieke vader had volstrekt het
recht niet om de geschriften van zijn moeder te verkopen. Onze advocaat
zei dat de zoon blufte en dat de kleine lettertjes van het contract
met Venus van Oosten onze dekking waren. Inderdaad hebben we nooit
meer iets van de zoon gehoord.
Om er een degelijk boek van te maken heb ik hele stukken moeten
herschrijven en zelf verbindende teksten moeten bedenken, want wat
Van Oosten sinds ze haar voorschot in ontvangst nam ook van plan
was, een roman was echt nergens te vinden. De teksten die ik uitkoos
heb ik van commentaar moeten voorzien om de geloofwaardigheid van
de inhoud te waarborgen. Ook moest ik hier en daar de auteur corrigeren
omdat ze pertinente leugens vertelde. Soms stond de tekst zelf niet
toe dat ik er in ging knoeien omdat daarmee de kracht van het stuk
verloren ging. Dan moest ik mijn relativering terzijde geven, in
een hoofdstuk vooraf of achteraf.
Aan de meeste gedichten die ik in Van Oostens
bureaula vond wilde ik geen drukinkt verspillen. Toch was er een
vers dat iets fundamenteels toevoegt aan de roman, al is de kwaliteit
ervan minder dan een gesjeesde cabaretier doorgaans voortbrengt.
Verder moet ik vermelden dat de betere stukken van de auteur achter
slot en grendel zaten. Ze schrijft dus op haar best als ze niet
voor publicatie bezig is, net zoals ze het mooist kon vertellen
als het om haar diepste geheimen ging.
Tot mijn verbazing vond ik tussen de bestanden in het afgesloten
deel van de externe schijf van haar computer ook teksten die niet
door Van Oosten geschreven leken te zijn. Even heb ik gedacht dat
ze van de hand van die ex-schoondochter waren, die van Venus de
naam Vaseline kreeg vanaf het eerste moment dat ze onverwacht oog
in oog stond met het meisje. Maar die semi-wetenschappelijke overpeinzingen
moeten toch van Venus zelf zijn geweest.
Verder was het lastig om uit de diverse versies de recentste of
de beste te halen. Soms waren er zeven verschillende versies die
op hetzelfde tijdstip nauwkeurig waren bijgewerkt. Exemplarisch
voor het wezen van Venus van Oosten, die ook zeven minnaars tegelijk
aanhield naast de echtgenoot zonder wie zijn niet leek te willen
en kunnen leven.
Ik heb na het doorspitten van het materiaal het
sterke vermoeden dat Vaseline en de zoon, die door de auteur in
haar schrijfsels Welp genoemd wordt, in allerijl meerdere teksten
hebben verwijderd. De verwijderknop op de computer is de slechtste
uitvinding van de vorige eeuw. Met de technicus van onze uitgeverij
heb ik geprobeerd om teksten die in de coulissen van het scherm
geketend en gecodeerd bleven te ontmaskeren. Hij vond een aantal
mailberichten die, dankzij mijn voorkennis uit het LL-archief een
cruciale rol in de roman zijn gaan spelen. Zelf heb ik in haar werkkamer
nog als een dief alle laden, kisten, dozen, spelonken en spleten
leeggehaald met als beloning een lange nooit verstuurde brief en
een kopje van een lange wel verzonden brief aan haar vriend Vidor
Ambrus, een Hongaarse toneelschrijver die zij Ambrus noemt, want
dat is zijn voornaam. De Hongaren houden een omgekeerde volgorde
aan, dus Vidor is zijn familienaam, als we tenminste niet met een
pseudoniem te maken hebben. Ik heb een moment gedacht dat het om
een brief aan een fictief figuur ging, aangezien Ambrus onsterfelijk
en Vidor zoiets als zegevierend of verheugd betekent. Maar tussen
haar spullen vond ik een flink aantal ansichtkaarten vanuit alle
delen van de wereld die waren ondertekend met Ambrus.
Tevens waren er veel brieven van haar vriendin
Maatje, die een schat aan imposante informatie bevatten.
Adam van Tuyn, de echtgenoot – als koosnaam noemde Venus hem
Wolf terwijl hij meer weg heeft van een vriendelijke op twee poten
rondwandelende getemde grote beer-, gaf ons toestemming haar werkkamer
te doorzoeken. Of hij echt wilde dat wij het ongeschreven manuscript
op zouden sporen of dat hij hoopte dat wij aanwijzingen zouden vinden
waar zijn vrouw zich bevond is me nog steeds onduidelijk. Eén
ding weet ik zeker: hij hield nog steeds schrikbarend veel van haar
en geloofde in haar als mens en als auteur. Hij had het volste vertrouwen
dat wat zijn vrouw op papier zette, de moeite van het publiceren
waard zou zijn, in welke vorm ook. Liefde zonder enige terughoudendheid.
Toen ik hem, in zijn toestand, zo hulpvaardig zag, zonder enig eigenbelang,
behalve om te weten of zijn vrouw gelukkig was en of haar werk in
drukvorm zou verschijnen, ging ik mijn geliefde auteur en vriendin
Venus van Oosten opeens hartstochtelijk haten.
|
© 2004 Marion Bloem
Arbeiderspers, Amsterdam
Roman
Nu in de winkel
|