Vliegen na 911
Op
Schiphol moet ik mijn harde pizzabroodje met een plastic mesje bewerken.
Tomatensaus en champignonstukjes vliegen in het rond. Veiligheidsmaatregelen.
Even later, in het KLMvliegtuig, krijg ik als overbodig gereedschap
bij de zachte spaghetti een scherp volwassen stalen mes. De schaartjes,
nagelvijltjes en pincetjes die uit mijn toilettas verwijderd waren
hadden het niet kunnen opnemen tegen die messen. Een actie van KLM
om ervoor te zorgen dat wij, als pasagiers, ons prettig voelen met
elk een wapen als zelfverdediging?
Pak van mijn hart als ik in Kuala Lumpur moet overstappen. Dat eerste
traject, met al die scherpe messen hebben we tenminste achter de
rug. Ik loop tussen enkele gesluierde vrouwen met kleine kinderen.
Mannen en vrouwen worden door een jonge Islamitische dame, die het
haar met een lichtblauwe strak om het hoofd gebonden doek bedekt
heeft, gefouilleerd.
De veiligheidscontrole is hier strenger en zorgvuldiger dan op Schiphol.
Spuitbussen en nagelknijpertjes moeten worden ingeleverd. Ik betrap
mezelf erop dat ik de medepassagiers observeer. Gaat iemand door
voor een potentiële terrorist?
Die donkere jongeman van hooguit vierentwintig zou ik drie maanden
geleden in de ogen hebben gekeken voor een onbetekenende flirt,
want mooi is hij, met een bijna maagdelijke onschuld, maar nu wil
ik er zeker van zijn dat zijn schamele handbagage minstens zo zorgvuldig
doorzocht wordt als de mijne. Ik bekijk hem vol wantrouwen. Ja hoor,
die beambte valt voor zijn schoonheid en onderzoekt de spullen in
zijn tas veel te oppervlakkig.
Kuala Lumpur heeft de hoogste gebouwen van de wereld. Ben benieuwd
wat voor bestek we bij het eten krijgen straks.
En de passagier naast mij in de stoel, Pakistaans of Indiaas, wat
voert die in zijn schuld? Wat leest hij? Eens kijken of hij zijn
blik wegdraait als ik oogcontact opeis?
Hij lacht vriendelijk terug, en als een aap reageer ik met een grote
vriendelijke grijns die als vanzelf over mijn gezicht trekt. Wanneer
ik een pen zoek om de formulieren voor de Australische douane in
te vullen, met als moeilijkste vraag of ik "soil" aan
mijn schoenen het land invoer, reikt hij mij de zijne aan.
"Waar gaat u naar toe? Wat doet U voor uw beroep?"Het
lijkt een kruisverhoor waarmee ik bezig ben.
Hij is op weg naar een congres, houdt zich bezig met de preventie
van AIDS in een arm vissersgebied van India, en blijkt een zeer
vriendelijke en genuanceerd denkende islamiet te zijn, die graag
met mij over de wereldproblematiek van gedachten wisselt.
Het bestek is van roestvrij staal, maar het mes ontbreekt en in
de plaats daarvan is er in het opgerold papieren servetje een miezerig
wit plastic mesje toegevoegd.
De heenreis heb ik doorstaan. Maar drie weken later is er de terugreis.
De KLM, bij wie ik mijn ticket kocht, vliegt deze afstand niet meer.
Malaysian Airlines neemt het over. Het ongebruikte gratis scheermesje
van het hotel in Sydney was per ongeluk in mijn toilettas terecht
gekomen en wordt er bij de controle uitgevist. Ik krijg het bij
aankomst terug, beloven ze. "Nee, ik hoef het niet. Gooit u
het maar weg." "Dan moet u het nu zelf weggooien,"
is het antwoord.
Ik tel zeven potentiële terroristen, en voel me schuldig dat
ik me als een bange gans met stereotiepen bezighoud. Spreek mezelf
streng toe. Zo ben ik nooit geweest, en zo wil ik niet worden. Ogen
dicht en slapen, zeg ik tegen mezelf. Ik moet mezelf niet gekmaken.
In Kuala Lumpur beter ik mijn leven. Met een jonge gesluierde dame
knoop ik een gesprek aan over haar twee schattige zoontjes, speel
verstoppertje met de kleuters, en probeer te vergeten dat in deze
stad de twee hoogste gebouwen van de wereld staan, die ook twintowers
genoemd worden. Haar echtgenoot zit een eindje verderop, en de kinderen
rennen van hem naar haar, en dagen mij ondertussen met hun ondeugende
grote pikzwarte ogen uit van: Zie je me? Pak je me?
Opeens valt mijn blik op een man met een binladenbaardje tegenover
de dame. Hij heeft een blocknote op zijn schoot en maakt aantekeningen
telkens al hij iets ziet gebeuren in de wachtruimte. B.v. als de
crew door deze ruimte alvast het vliegtuig ingaat. En hij let op
de veiligheidsbeambten, en schrijft af en toe iets op, altijd slechts
een kleine aantekening, alsof hij alleen een cijfer noteert of zo.
Op zijn schoot heeft hij behalve het grote blocknote een dik boek.
Een reisgids, lijkt het, met vette letters EUROPA erop, en 2001.
Als handbagage heeft hij een miniscuul lichtgewicht rugzakje. Ook
heeft hij een supermoderne hi-tech draagbare telefoon, en belt.
Zijn engels verraadt zijn afkomst uit het Midden Oosten. Het gesprek
dat hij voert is uiterst kort. Ik kan elk woord letterlijk verstaan:
My flightnumber is
.What is yours? Oh..." Hij noteert
iets in de hoek van zijn blocknote. Dan zegt hij: "I see you
at the airport...Yes I know..."
Je hebt teveel fantasie, Bloem, corrigeer ik mezelf. Die jongeman
is van een rijke familie, student, of net afgestudeerd, en gaat
nu eindelijk Europa eens zien. Hij ontmoet een andere student, zijn
broer, of zijn geheime geliefde. Meer niet. Niet zo op hem letten.
En ik ren achter de kleinste kleuter van de dame naast mij aan,
en plaag: "Boe".
Het kind schrikt, en duikt angstig met zijn snuitje in zijn moeders
schoot.
© Marion Bloem, november 2001
|