Van A naar B en terug
Vijf
jaar geleden werd ik uitgenodigd om een vaste column in een autoblad
te schrijven, alhoewel ik volstrekt geen verstand van auto's had,
en ze me niet anders interesseerden dan als een middel om van A
naar B te komen. Dat vond de oprichter van het blad nu juist het
aantrekkelijke, zei hij, zo'n ander geluid...
De
kleur van een auto drong nauwelijks tot me door, laat staan het
model. Automerken waren mij onbekend. Ik had moeite om op een parkeerplaats
mijn eigen auto terug te vinden.
Zo
ben ik, volkomen nuchter overigens, 's nachts herhaaldelijk urenlang
alle Amsterdamse grachten afgelopen op zoek naar een oude witte
stationwagen van Renault, terwijl ik al een jaar in een donkerrode
Peugeot reed. Nog steeds steek ik mijn autosleutel weleens in het
slot van een blauwe Opel of Volkswagen terwijl ik in een blauwe
Franse wagen rijd. Met veel forceerwerk maakte ik eens 'mijn' Xantia
open, en verwonderde me erover hoe opgeruimd de auto was. Ik was
in een luxere auto gestapt, groen in plaats van blauw zoals de mijne.
Vroeger
ging elke folder of tijdschrift over auto's linea recta de prullenbak
in, maar nu bladerde ik het tweemaandelijks autoblad door, en gingen
mijn ogen niet alleen over de glamourachtige foto's, maar las ik
ook af en toe flarden van een artikel.
Op
de snelweg ging ik op auto's letten. Telkens als een auto mij aanstond
bleek het een Jaguar te zijn. Het ging zelfs zover dat ik vrienden
vroeg hun auto even te mogen uitproberen, en opmerkte of een auto
lekker optrok, of hij lekker op de weg lag, en wat het ergste was:
ik ging bij Jaguar showrooms naar binnen om naar de prijzen te vragen.
Toen
werd het tijd om na vijf jaar, met het schrijven van columns over
auto's te stoppen. Hier, op deze plek, mijn laatste woorden over
de auto, want ik wil een auto weer proberen te zien als enkel en
alleen een middel om van B terug in A te komen, en anders niet.
© Marion Bloem, 7 mei 2000
|