School

Vakantie was leuk, maar ik keek elke zomer uit naar het moment dat ik weer naar school mocht. Wat mij betreft begon het nieuwe schooljaar nooit te vroeg. Niet dat ik zo'n ijverige leerlinge was. Ik spijbelde veel. Het was echter moeilijk mij daarop te betrappen omdat ik mijn moeders handtekening vlekkeloos wist te imiteren en altijd met zeer aanvaardbare excuusbriefjes kwam, in het ouderwetse schuinschrift van mijn moeder.

Maar wij gingen nooit op vakantie, en na vier weken van luiheid en landerigheid snakte ik naar het weerzien van mijn klasgenoten, werd benieuwd naar eventueel nieuwe leerlingen, nieuwe leerkrachten, nieuwe boeken, en hoopte weer geprikkeld te worden, hunkerde naar uitdaging door het overschot aan vrije dagen.

Als een van de eersten stond ik op het schoolplein, en keek rond of er nieuwe gezichten te ontdekken waren. Er liepen altijd wel een paar meisjes of jongens rond die ik niet eerder had gezien, en daaronder was er zeker eentje die de heimelijke wens opriep: Als die nou bij mij in de klas komt te zitten!

Bij het uitdelen van de roosters bleek meestal dat die hoop ijdel was. Wel een of twee nieuwe in de klas, maar niet degenen door wie je hart op het schoolplein sneller ging kloppen.

En de leraren? Alle leuke gaven natuurlijk les aan de anderen, maar niet aan mij.

De boeken werden gekaft. Ik rook aan nieuwe boeken. Maar omdat ze zo duur waren kreeg ik meestal tweedehandse en die roken naar zweet en ijver van anderen. Een nieuw boek dat nog gewoon naar papier en drukinkt rook, en dat bij het openslaan weer dichtviel zat er zelden bij. En een boek dat mijn nieuwsgierigheid zodanig prikkelde dat ik er meteen een paar hoofdstukken van wilde lezen nog minder vaak. Als ik me goed herinner was er nooit eens een schooljaar dat begon met de toevoeging van de ideale klasgenoot, de ideale leraren, en het ideale leerboek. En toch leefde er elk jaar aan het einde van de lange zomervakantie weer hoop in mij die het verlangen naar de eerste schooldag deed groeien.

© Marion Bloem, juli 2000