Bos voor en bos achter

Straaljagers vlogen laag over.
'Bukken,' riep mijn moeder.
Mijn zus en ik drukten onze neus in het mos. Vingers in de oren. Gekapte bomen lagen kris kras over elkaar.
Aan de hand van mijn vader liep ik over een gevelde boomstam.
'Hier gaan we wonen,' zei mijn moeder.
We logeerden bij mijn oma in Amsterdam. Toen we terugkwamen was er geen spoor meer van de boomstammen.
De kleine voortuin en de achtertuin van onze nieuwe hoekhuis waren door een lage heg omringd. De heggenplantjes waren zo klein, dat zelfs ik, vier jaar oud, erover heen kon stappen. Achter ons was een stroomhuisje, maar verder was alles bos, met tevens een veldje waar we konden spelen. Aan de overkant van ons huis was ook bos.
De laag over vliegende vliegtuigen hoorden er net zo bij als de zingende merels. Zelfs als het vroor of sneeuwde klom ik in mijn hoge lievelingsboom in het bos aan de overkant.
Het bos achter ons, met daarin, omringd door prikkeldraad het kleine heksenhuisje met het bordje ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONING stond er nog toen ik op een ochtend naar school liep, maar was weg toen ik thuiskwam.
Er verschenen steeds meer flatgebouwen. Het bos tegenover ons bleef echter overeind.
Ik dacht dat het bos er altijd zou blijven. Er was eens een adder. Trots dat ons bos een beetje als een tropisch oerwoud was. Tijdens verstoppertje spelen stak de punt van een gekapte vlier diep in mijn nek en liet er een litteken achter.
Een honderdtal blikken groenten en weckpotten met bonen en vruchten als een verborgen schat in een kuil. Verontwaardigd dat mijn moeder zei dat we er niet van konden eten.
De bevroren dode havik die in een krant gewikkeld was - een kogelwond - kreeg een eervolle begrafenis, met niet alleen een kruis maar ook een stapel stenen als grafzerk.
De vader van een vriendinnetje begroef er, ook eervol, zijn heilige kris omdat deze niet bij hem paste. We mochten niet weten waar, en gingen stiekem tevergeefs op zoek met een strandschepje.
Op een ochtend werd ik wakker van het lawaai van een bulldozer. Toen ik op mijn fiets stapte, naar de middelbare school in Amersfoort, was de helft van het bos al verdwenen. Mijn lievelingsboom was onvindbaar tussen de stapels boomstammen die op een vrachtwagen geladen waren.
Toen ik om 5 uur thuiskwam was er alleen nog zwart omgewoeld zand.