meer over Marion Marion Bloem op het web Download cv

OOGAPPELS

Openingswoord op de expositie in Abele-Watou, België

Het zijn de ogen. Nu weet ik het. Het waren toen al de ogen. Jouw ogen. Toen, op de cover van de pocketeditie van “Geen gewoon Indisch meisje”. Nu, hier, toen ik afgelopen woensdag voor ’t eerst door deze tentoonstelling liep en enkele uren later, thuis, achter de computer ging zitten om deze tekst te schrijven, wist ik het weer. Het waren de ogen. Ik sloot mijn ogen om de werken die hier hangen en die ik grotendeels toch voor het eerst zag, opnieuw voor de geest te halen, voor ogen, zegt men ook wel. En het waren de ogen die het eerst weer opdoemden. Sjonge, Marion, wat kan jij mooie ogen schilderen. Alleen Picasso in zijn beste dagen schilderde even mooie ogen als jij. En je staat hier, als bezoeker, bijzonder vaak oog in oog met een stel ogen. Al bij het binnenkomen bots je op een groot acryl op doek met twintig paar (ik heb ze geteld) twintig paar opengesperde ogen, veelal kille blikken op kil blauw en héél uitzonderlijk, het moet één van de zeldzame doeken zijn, één paar gesloten ogen, op een teder, broos gezichtje op zachtroze achtergrond. Dat ene paar gesloten ogen ontroert, zonder twijfel, maar eerlijk waar, ik raak pas écht van streek van jouw ópen ogen. Jouw ogen, ja, maar ik bedoel die die je schildert en tekent en inkleurt. Ze gluren, ze verleiden, ze waarschuwen, straffen, incasseren, dromen, staren. Er zit angst in de ogen maar ook hunker of honger of verdriet of medelijden en soms zelfs een beetje geluk, met mondjesmaat, amper een ooghoekje, een kleine glinstering in een pupil.

Toch ontwaar ik vooral argwaan, wantrouwen tegenover de omgeving, tegenover de blikken uit de ogen van anderen. En angst. Dat wordt op de meest aangrijpende manier verbeeld in de vele werken waar het kind, de oogappel, en de moeder centraal staan. De moeder slaagt er soms ternauwernood in het kind in bescherming te nemen. Constant is er dreiging van buitenaf. Als ze het kind al niet willen wegnemen, dan willen ze ’t in elk geval schaden, fysisch of psychisch. Over dat thema heeft Marion al uitgebreid geschreven in haar verhalenbundel “Voor altijd moeder” en ik herken hetzelfde diepe moederinstinct in een hele rits werken die hier nu te zien zijn. Het ouderschap duikt ook in haar literaire werk met de regelmaat van een klok of liever met de regelmaat van het oogknipperen op en deze tentoonstelling bevestigt mijn overtuiging dat er een Bloemuniversum bestaat, de Marionetron of zo, een wereld die de hare is en waarvan zij getuigenis aflegt in ongeveer alle denkbare kunstvormen: literatuur, tweedimensionele doeken, beeldjes, rivierkeien tot zelfs het koffieservies maar ook internet, film, journalistiek en niet te vergeten het gesproken woord waar ze zich wat graag van bediend, eigenlijk denk ik het dat ze ’t nu eigenlijk gelijk van mij zou willen overnemen. Maar, nog even geduld, Marion.

Want ik wou nog een paar dingetjes kwijt over het werk dat hier hangt en dat mij van meet af aan heeft verbluft. Het zijn de ogen, ja. Maar ik heb die van mij ook de kost gegeven en je moet verdomd op je hoede zijn of je hebt niet door wat je ziet. Op een tiental werken heeft Marion bijvoorbeeld een heel subtiele collagetechniek toegepast. Zo subtiel dat je als argeloze kijker bij de eerste blik niet eens mérkt dat er een stukje foto in het schilderij is ingewerkt. Terwijl collages in het beste geval iets van sympathieke – om het op zijn Vlaams te zeggen – plakpotterij heeft, is de techniek hier zó beheerst aangewend dat er een volmaakte eenheid in kleur en compositie ontstaat die de werken iets ambachtelijk maar ook meesterlijk geven. En er is niet alleen dat, er zijn ook op haast elk doek de kleine details, de kleine anekdotische elementjes die hen toch een zekere lichtvoetigheid geven: een kroontje, een hoedje, een vogel, een poes en, uitermate prikkelend, de schoentjes met hoge hakken. Wie zei ook alweer: erotiek is een uitgetrapt schoentje…


Beste Marion,
Breek me de bek niet open, ik kan heus niet alles neerschrijven en uitspreken wat me overkomt als ik me hier omringd voel door jouw werk. Ik heb nog vrijwel niets gezegd over de ruimtelijke stukjes die er staan, het heidens haast blasfemische altaartje dat je gemaakt hebt, boven, over de hunker naar vrede en vreedzaamheid die expliciet in enkele werken uitgedrukt is in een tijd dat wij hier in de Westhoek al acht weken lang elke donderdag wat troost bij elkaar zoeken om onze woede en ons verdriet om wat er in Irak is gebeurd en nog gebeurt te verbijten, over de keien, de kopjes en mokken en de dagboekfragmenten die een nog breder beeld scheppen van de Marionetron. Dirk vertelde me, op een onbewaakt moment, dat hij zelfs zonder één bezoeker, wat we niet verhopen natuurlijk, al blij was om jouw werk hier gewoon een maand rondom zich te hebben. Ik benijd hem al weet ik dat de honderden ogen hem ’s nachts, wanneer hij die van hem wil sluiten, zullen blijven aanstaren, verwijtend, spottend, maar ook, gelukkig troostend en sussend. En de rest, Marion, dat vertel ik je dan wel onder… vier OGEN.

wim chielens
abele, 10 mei 2003

Terug naar Laatste nieuws