Uitgezet/ Terug in Kabul

Ze schuift de wolk voorzichtig open
want wil vandaag de zon graag zien
De lucht is lauw door God gewassen
Door duivels platgelopen gras dient
zich gedienstig aan. Een sleets matras.
Roodborstje tikt met haar snavel
Ze wordt niet moe van steeds dezelfde
roep. Deuren zijn niet nodig. Ramen
overbodig. Een dak helaas teveel
gevraagd. Tik Tik Tik. Beschoten glas
In Holland staat een huis. In Holland
Muren missen de fundering om bij
wind en storm te blijven staan. En de
heer die kiest een vrouw. De vrouw
die kiest een kind. En het kind kiest
singela singela hopsasa minister
mag ik overvaren? In het bos zijn de
wilde dieren, in het bos, in het bos
heeft opa Bakkebaard een huisje en
in dat huisje is het goed, ik ben niet
bang. Ben niet bang, ben niet bang
Wat doe je in mijn hof? Hij veegt de
vloer, met een bezem, met een bezem
zo vegen zij de vloer, zong zij uit volle
meisjesborst. Er was geen morgen
want de weg was recht en krom werd
grof. Wij zaten zo gezellig in een
schuitje. Joepie joepie is gekomen,
heeft het meisje weg gehaald
En we gaan er niet om treuren
al zijn ook wij nu flink verdwaald
Ze heeft geen tent, geen hut,
geen huis. Wacht op een thuis
voor als er vrienden komen en
hoopt op nog een beetje hoop, of
nee, vertrouwen, dat ze nooit meer
waar dan ook, nooit niet nergens
‘never ever’ ooit nog ergens
bang hoeft zijn.

copyrights Marion Bloem, mei 2008.
Geschreven voor Maryam.
|