Terug naar het nieuws    

PRESENTATIE THUIS MARION BLOEM

(De Bijenkorf, 15 mei 2003)

Beste Marion, Geachte Dames en Heren,Bij de opening van de expositie op 17 november 2002 in Galerie Chiefs & Spirits (Den Haag) werd ik op mijn rondwandeling als door een stille kracht getrokken naar een intiem kabinet, a.h.w. een kamer van de ziel, waarin zich copieën en originelen bevonden van de bijzondere dagboeken en fotoalbums van Marion Bloem, onder de titel ‘Forever Diary’. Mijns inziens was hier eerder sprake van een exhibitie dan een expositie, want Marion gaf zich daarin openhartig bloot, althans voorzover het haar ziel betreft. Waarom stond hier niet bij de ingang ‘No trespassing, Private property’? Ik durfde er nauwelijks ongeneerd rond te kijken naar wie Marion is als mens en wat ze is als kunstenaar, en ik keek nietemin zeer gretig. Daar waren dus de getuigen van haar creatief proces, de bronnen van haar artistieke leven, in het bijzonder van de beeldende kunstenaar en van de schrijver – een vertekenend onderscheid overigens, want ook de schrijfster schrijft beeldend en de beeldende kunstenares creëert picturale verhalen.

De dagboekbladen die ik zag gaven een spannende harmonie tussen afbeeldingen en tekst: de afbeeldingen zijn geen illustraties bij de tekst, de tekst is geen toelichting bij de afbeeldingen, er is een tweeledige verbeelding die samen een wezenlijke eenheid vormt. Dit beeldverhaal, deze beeldliteratuur nodigt eerst uit om de combinatie van beide elementen als miniatuurkunstwerkje te beschouwen en pas in de tweede plaats om beelden en woorden afzonderlijk te gaan kijken en lezen. Wat ik overigens niet laten kon vanwege het intrigerend karakter ervan. Zo las ik ergens de prangende vraag in zwarte (waarschijnlijk Oost-Indische) inkt “Wat is Indisch?” en het volstrekt heldere, maar niets verhelderende antwoord erop in rode inkt: “Dat is Indisch”. (Ging dat in het wetenschappelijke debat ook maar zo…)

Marion voegde zich wat later bij me en vertelde dat hier in feite materiaal uitgestald was voor haar boek-in-wording Thuis – het boek dat hier vanmiddag gepresenteerd wordt – , en ik wist meteen dat er een bijzonder intrigerend boek zou verschijnen. Ik realiseerde me hoe belangwekkend en belangrijk de in vele opzichten fantastische dagboeken van Marion voor de huidige kunst- en literatuurliefhebber en voor de latere onderzoeker van leven en werk van Marion zullen zijn (de héél veel latere onderzoeker, hoor Marion), en ik hoopte dat zij eens een plaats zouden krijgen in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum, of in het Rijksprentenkabinet, of in de Koninklijke Bibliotheek of in het Letterkundig Museum (om maar enkele schatkamers van de cultuur te noemen). Ik betrapte mij daarbij op de ongepaste heimelijke wens om als onderzoeker ooit deze ‘documents humains et artistiques’ te kunnen bestuderen. Ik ben daarom blij dat vandaag, niet alleen voor mij maar voor alle nieuwsgierigen (nieuwsgierigheid is ons bedrijf), een voorproefje op dat ultieme genoegen gegeven wordt.

Uit het boek Thuis blijkt al spoedig dat Marion niet zoveel thuis is in de traditionele zin van het woord: er wordt nogal eens ver en lang gereisd. Reizen lijkt de motor van haar creativiteit. Marion is een wereldburger die overal en nergens thuis kan zijn, die in alle landen ter wereld op een inwoner van een buurland lijkt en welkom is. Maar omdat ze al van jongs af aan dagboeken bijhoudt, zijn die dagboeken in ieder geval een permanent tehuis. “Alleeen in mijn gedichten kan ik wonen / Nooit vond ik ergens anders onderdak”, dichtte de gedreven scheepsarts, dus zeereiziger Jan Jacob Slauerhoff. Kunnen we een parallel trekken met Marion: “Alleen in mijn dagboeken kan ik wonen”? Ik geloof dat dat te ver gaat, Marion huist ook in haar familie (haar Indische familie) en in haar gezin. Ze moet wel. Een geestige aquarel toont ons een herkenbare, naakte vader en zijn zoon, met het bijschrift:
“Your mommy wrote that she wants to stay in her diary forever. But we’ll find her. Don’t worry, son!”

Vandaag is ze uit haar intieme, kleurrijke Dagboektehuis te voorschijn gekomen en nodigt ons uit even naar binnen te gaan en enkele vertrekken te bewonderen: schatkamers van haar creatieve ziel. Gezien de locatie hier zou ik ook een titel van Marions 17e-eeuwse collega, de dichter, schilder en etser Jan Luiken kunnen gebruiken: de titel van de emblemata-bundel De Bij[e]korf des Gemoeds. De bijenkorf van jouw gemoed, we zagen alleen de buitenkant en vroegen ons af wat gebeurt er aan de binnenkant. De associatie met bloem en honing, met begerig uitvliegen en beladen (d.w.z. geïnspireerd) thuiskomen versterkt voor mij dit beeld.

Beste Marion,
Nu gaan we ten slotte iets heel vrolijks/vermakelijks doen: namens de uitgever De Fontein (met wie ik geen banden heb) mag ik jou je eigen boek aanbieden (waarmee ik geen bemoeienis heb gehad); ik doe dat dan maar als bewonderend en kritisch lezer en docent (mijn studenten zullen er zeker kennis van moeten nemen, ongetwijfeld ervan genieten). De traditie wil dat ik dit het allereerste exemplaar zal noemen en dat het voor jou een grote verrassing zal zijn hoe jouw Thuis er van buiten en van binnen uitziet. Dankje dat je me hiervoor uitgenodigd hebt.

Zullen de meeste vragen over jouw leven en werk nu beantwoord kunnen worden? Gelukkig niet (het raadsel van het binnenste van de bijenkorf blijft), maar we zullen doen alsof we nu heel veel van je weten, zoals je dat in Thuis voorgedaan hebt: Wie is Bloem? Die is Bloem. Wat is Bloem? Dat is Bloem. En Wat is Indisch? Dat is Indisch!
Hierbij het allereerste exemplaar, we zijn benieuwd wat je ervan vindt.

bekijk de special